‘Vecht’ niet tegen wedstrijdspanning; het hoort erbij!

Bereid je mentaal voor op de Vliegende Vrouwen Run met sportpsycholoog Diana van Winden. Vandaag: accepteer wedstrijdspanning. Het kost onnodig veel energie om er tegen te ‘vechten’.

Vandaag wil ik nog een keer kijken naar spanningen, dit keer echter vanuit de Acceptance en Commitment Theorie

Zoals ik vorige keer ook al aangaf: spanning is iets heel normaals! Het geeft ook aan dat je het belangrijk vindt om goed je best te doen. We ervaren het echter vaak als een onprettig gevoel. En wat doen we met dingen die we niet prettig vinden? Juist, daar willen we vanaf! Dus ook van al die spanningen, zenuwen et cetera.

Het idee bestaat dat als we ons beter voelen en positief denken we ook beter presteren. Vervelende gevoelens moeten gecontroleerd worden of vermeden. Je kunt echter spanning ervaren én goed presteren. Immers, zoals ik de vorige keer ook al zei; een beetje spanning is ook nodig. Belangrijk dus om, naast ontspanning op te zoeken, die gevoelens van spanning meer te accepteren en je er minder door te laten afleiden.

Vechten tegen spanning niet de oplossing
Accepteer de spanning. Door het gevoel te accepteren is het ook beter hanteerbaar. Gevoelens zijn er om gevoeld te worden, ze hebben een functie. Tegen ze vechten is dan ook niet altijd de juiste oplossing. Stel je voor: je bent aan het touwtrekken met een monster (je negatieve gevoelens en gedachten die voor spanning zorgen). Het is groot, lelijk en erg sterk. Tussen jou en het monster is een groot gapend gat waar je langzaam naar toegetrokken wordt. Als je het touwtrekken verliest, zul je over de rand vallen en blijft er niet veel meer van je over. Dus je trekt en trekt om dit te vermijden, maar hoe harder je trekt, hoe harder het monster terug trekt en hoe dichter je bij de rand komt. Het is moeilijk om op dat moment te zien dat als je niet in het gat wilt vallen, je niet het touwtrekken hoeft te winnen. Je hoeft alleen maar het touw los te laten…

Al die fysieke ervaringen van spanning zijn vanuit de oudheid heel nuttig. Als je oog-in-oog kwam te staan met een leeuw bereidde je lichaam zich voor om of te vechten, of te vluchten. Die verhoogde hartslag en bloeddruk, dat rare gevoel in je buik, is allemaal bedoeld om zo hard mogelijk te gaan. Hartstikke handig dus! Alleen het probleem zit er vaak in dat we ze niet willen voelen en ons er tegen willen verzetten.

We zijn teveel gefocust op zorgen
Uit onderzoek blijkt dat atleten vaak gefocust zijn op zorgen en niet op de bewegingsuitvoering. We maken onszelf in ons hoofd drukker dan nodig (“Als ik maar vol kan blijven houden.” “Als ik maar geen kramp krijg.” “O jee, ik heb nu al zware benen, dat wordt niks meer..” “We moeten nog zo ver..”) We blijven trekken. En maken hierdoor de spanning steeds iets groter en zwaarder. Laat je het touw los, dan verdwijnt alle weerstand van het touw. Probeer je angst daarom wat meer los te laten en te laten zijn voor wat hij is. Al je gedachten en die fysieke ervaring van spanning mogen er best zijn. Jij laat je er alleen niet meer zo door afleiden! Je laat ze aan de andere kant van de kloof en maakt ze niet groter door te blijven trekken. Daar wordt je alleen maar moe van! 😉

Mindfulness en ademhalingsoefeningen (zie vorige blog) kunnen je hier goed mee helpen. Hierbij is het wel belangrijk dat je jezelf niet op je kop geeft wanneer je gedachten afgeleid zijn. Probeer je op iets anders te richten, iets wat wel helpt. Je kunt niet al je gedachten tegen gaan, het gaat erom hoe je met ze omgaat. 

En ook hierbij geldt trainen helpt! Hoe vaker je ontspanning, mindfulness en acceptatie oefent, hoe gemakkelijker het gaat! 

Vragen/meer weten? Laat het vooral weten! (diana@pamperformance.com

Geen reacties